Acht redenen waarom de rechter niet voldoet

De aangifte tegen Wilders was voor velen een belangrijk keerpunt. Eindelijk een manier om paal en perk te stellen aan Wilders en het xenofobe klimaat in Nederland. Eindelijk een manier om iets terug te zeggen. Velen die geen stem hebben in het publieke debat vonden die stem via de aangifte. De Facebookpagina “Ik doe aangifte tegen Wilders” schoot als een paddenstoel uit de grond en telt nu zo’n 100.000 volgers. Meer dan 5000 mensen hebben inmiddels aangifte gedaan. In Amsterdam vond ook nog eens een grote demonstratie tegen racisme plaats, met een bonte mix van mensen en een opgetogen sfeer. Deze druk van onderop heeft er toe bijgedragen dat er vanuit politiek en media eindelijk eens ferm stelling werd genomen tegen Wilders. Wie de kranten leest en door het internet speurt, proeft zowaar een omslag in de stemming.

In die zin heeft de aangifte al geleid tot een kentering in het klimaat en dat is een goede zaak. Maar een aangifte is geen vrijblijvende online petitie. Het Openbaar Ministerie zal er daadwerkelijk iets mee moeten doen. Een rechtszaak tegen Wilders lijkt daarmee in het verschiet te liggen. Gezien de ervaringen van de vorige rechtszaak tegen Wilders is het nog maar de vraag of dit het effect zal hebben dat ervan verwacht wordt. Waarom zijn zovelen ervan overtuigd dat de rechter ditmaal uitsluitsel biedt? Dat de rechter een duidelijke grens gaat trekken tussen wat wel en niet acceptabel is in het publieke debat?

Het lijkt mij een ijdele hoop. Ik moet in alle eerlijkheid bekennen: ik vertrouw de rechter niet. Omdat de rechterlijke macht niet bepaald een geschikt instrument is om als een soort veredelde politieagent, de grenzen van het publieke debat te bewaken. Er schuilt een risico in de juridisering van de campagne tegen racisme: het oordeel wordt uitbesteed aan de rechter en die heeft een zeer beperkte bewegingsruimte.

Hier acht redenen waarom scepsis ten opzichte van de rechter geoorloofd is.

1) Een rechtszaak geeft Geert Wilders een podium om zichzelf als slachtoffer te kunnen presenteren.

Het is een bekend gegeven dat Geert Wilders zeer behendig is in het uitbuiten van de slachtofferrol. Een rechtszaak kan twee kanten op gaan. Laten we eerlijk zijn: er is een reële mogelijkheid dat Geert Wilders er sterker uitkomt en dat discriminerende uitspraken een rebels en democratisch karakter krijgen. Wilders kan zich presenteren als kampioen van de vrijheid van meningsuiting. Hij kan tegenstanders van racisme als voorstanders van censuur wegzetten. Deze rechtszaak zal niet in de rechtszaal maar in de media beslist worden en daar is Wilders in zijn element.

2) Een rechter kan geen rode lijn trekken tussen wat wel en niet acceptabel is.

De rechter kan enkel een specifieke uitspraak beoordelen in zijn specifieke context. Dat heeft te maken met de manier waarop taal functioneert: of iets daadwerkelijk racisme is wordt bepaald door de context van een uitspraak. Wie niet wil dat Joost Niemöller publiekelijk stelt dat ‘zwarten een lager IQ hebben en vaker verkrachten’, wie niet wil dat GeenStijl Marokkanen uitmaakt voor rifapen, wie niet wil dat Theodor Holman in het Parool schrijft dat het goed is dat moslims ‘rustig fukkie-fukkie doen met broers en zusters, neven en nichten’ omdat het leidt tot ‘verzwakte kinderen die zelf nog zwakker nageslacht voorbrengen’, die moet elke keer opnieuw een klacht indienen.

3) De grens tussen het ‘benoemen’ van problemen en racisme is vaag en permeabel.

Volgens Wilders is de cultuur en religie van Marokkaanse Nederlanders de oorzaak van crimineel gedrag. Cultuur en religie worden door Wilders – en velen met hem – feitelijk gebruikt als synoniem voor afkomst en etniciteit. Ten tijde van de vorige rechtszaak werd dat door de rechter beoordeeld als zijnde op het randje van het toelaatbare. Dat betekent dat veel vormen van discriminatie in de ogen van de rechter toelaatbaar zijn.

4) Een juridisch oordeel wordt in Nederland vaak verward met een ethisch oordeel.

Wat van de rechter mag, wordt vaak ook door politiek en media toelaatbaar geacht. Zo kunnen de uitspraken van de rechter legitimerend werken, in de trant van ‘ik mag het toch zeggen?’ En wat gezegd mag worden wordt al snel iets wat gezegd moet worden, zo leert de ervaring. Wie aan de rechter het ultieme oordeel overlaat over wat acceptabel is, neemt het risico dat vele vormen van discriminatie geaccepteerd blijven. Zelfs als in dit geval de rechter Wilders veroordeelt. Onderdeel van het probleem is dat politici doorverwijzen naar de rechter en zelf geen stelling durven of willen nemen (de recente ontwikkelingen zijn daar een positieve uitzondering op).

5) Het is onzeker of Wilders daadwerkelijk iets nieuws heeft gezegd.

Hooguit de vorm waarop het gezegd werd – het spreekkoor – was anders en intimiderend. Het is daarom nog maar de vraag of een nieuwe rechtszaak meer effect zal sorteren dan de vorige. Ook eerder deed Wilders al generaliserende uitspraken over Marokkaanse Nederlanders. Zo heeft hij ervoor gepleit om tientallen miljoenen moslims Europa uit te zetten. Dat was in 2009. Een jaar later zat de PVV in het gedoogkabinet.

6) Het politieke karakter van de rechtszaak maakt het OM en de rechter onbetrouwbaar.

Zowel het OM als de rechter zitten in hun maag met de rechtszaak. De politieke aard van de zaak kan ertoe leiden dat het OM, net als vorige keer, weer vrijspraak eist en dat de rechter die net als vorige keer verleent. Zelfs als dat niet het geval is zal een veroordeling van de rechter als politiek gemotiveerd worden gezien. Wat de zeggingskracht van het oordeel ondermijnt.

7) De nadruk op de rechter kan leiden tot de verwaarlozing van het opbouwen van een eigen stem.

Minderheden hebben recht op bescherming van de overheid. Maar de vraag die we moeten stellen is de volgende: zijn de rechten van minderheden niet beter gewaarborgd als hun stem luid en duidelijk te horen is in de politiek en het publieke debat, in plaats van deze uit te besteden aan de rechter? En even los van het feit of mensen nu wel of geen vertrouwen hebben in de rechter: is het niet tijd om politiek en media aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid om racisme te bestrijden, om meer stem te geven aan de oppositie tegen discriminatie?

8) De bestrijding van Wilders in politiek en media is veel effectiever.

De afgelopen weken hebben we kunnen zien dat de afwijzing van de Marokkanenuitspraken van Wilders door politici en journalisten veel effectiever is dan een gerechtelijk oordeel. Daar zal een bewustzijn moeten ontstaan dat zijzelf verantwoordelijk zijn om een ethisch oordeel te vellen; om problematische uitspraken via debat en stellingname te bestrijden. Dat is moeilijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Hoe discriminatie te bestrijden zonder direct voor censuur te pleiten of de boosdoeners uit te sluiten van het debat?

De recente rel rond Ayaan Hirsi Ali biedt misschien een interessant oriëntatiepunt. Na protest van studenten en staf kwam Brandeis University in de VS terug op haar beslissing een eredoctoraat te verlenen aan Hirsi Ali. Onder meer omdat Hirsi Ali had gepleit om dé islam (met militaire middelen) te bestrijden en te overwinnen. Belangrijk was de manier waarop Brandeis University dit deed: het eredoctoraat werd geweigerd omdat de universiteit zich daardoor zou vereenzelvigen met Hirsi Ali’s standpunten. Ayaan Hirsi Ali werd echter wel uitgenodigd om in dialoog te treden. In andere woorden: de universiteit weigerde haar een platform te bieden, maar wilde wel kritisch met haar in debat. Eenzelfde aanpak zou in Nederland op zijn plaats zijn: je geeft bijvoorbeeld geen podium aan een Joost Niemöller of een Thilo Sarrazin (beiden houden vast aan een biologisch racisme), zoals de Volkskrant, Trouw en de Balie hebben gedaan. Je kunt wel een kritisch interview met ze publiceren of een debat met ze aangaan waarin hun positie niet domineert of acceptabel gemaakt wordt.

Tot slot is er misschien de vraag waar dit artikel eigenlijk voor dient. Het is aan het Openbaar Ministerie om te besluiten of het tot een rechtszaak komt, niet aan ons. Zoals eerder gesteld: als er een rechtszaak komt – experts in de media achten de kans groot – dan zal deze beslist worden in de media en niet in de rechtszaal. Als de tegenstanders van racisme kunnen voorkomen dat zij weggezet worden in het kamp van censuur, als het kamp van Wilders zich niet kan verschuilen achter de vrijheid van meningsuiting, dan acht ik de kans groot dat de rechtszaak in de media gewonnen kan worden.