De PvvdA

Het probleem is niet dat de PvdA haar overtuigingen verloochent ten gunste van het compromis. Het probleem is dat de werkelijke overtuigingen van de PvdA weinig verschillen van die van de VVD.

Het uittreden van Jan Pronk heeft een interessante discussie losgemaakt over de spanning tussen principe en compromis in de politiek.

Bas Heijne nam het in zijn column op voor het idealisme van Pronk. Voor het idee in bredere zin, dat politiek dient uit te gaan van een bepaalde ethische overtuiging, een opvatting over wat goed is voor de samenleving. ‘Je kunt het met Jan Pronk oneens zijn,’ aldus Heijne, ‘maar er is tenminste iets om het oneens mee te zijn’. Dit in tegenstelling tot Wouter Bos, die het pragmatisme tot geloof heeft verheven. Heijne: ‘Voor Bos is politiek geen kwestie van water bij de wijn doen. Het water is de wijn.’

Een vergelijkbaar argument is bij Thomas von der Dunk te vinden. Alhoewel Von der Dunk – net als Bas Heijne – het op veel punten oneens is met Jan Pronk, onderschrijft hij de kern van Pronks kritiek. Voor de PvdA zou alles onderhandelbaar zijn geworden, hedendaagse politici zouden niet meer weten waar ze principieel voor moeten staan. De commotie rond de strafbaarstelling van illegaliteit is volgens Von der Dunk kenmerkend voor de tijdsgeest sinds Paars, waarin essentiële morele vraagstukken gerelativeerd worden en pragmatische financiële vraagstukken verabsoluteert.

Het doelwit van deze kritiek is een recente Volkskrant-column van Wouter Bos waarin hij zich keert tegen de ophef over de strafbaarstelling van illegaliteit, die hij afdoet als de ‘GroenLinks-reflex in de PvdA’:

‘Ik heb het geloof ik later nog eens een GroenLinks-reflex in de PvdA genoemd: een verheerlijking van principiële zuiverheid die typisch is voor linkse mensen met een bovengemiddeld inkomen en een bovengemiddelde opleiding. Hen zal het immers veel minder raken of er een rechts of een links kabinet zit dan een laag opgeleide uitkeringsgerechtigde met een ziek kind in een huurhuis, om maar eens een paar clichés uit de kast te halen.’

De irritatie van Bas Heijne en Thomas von der Dunk is begrijpelijk. Wouter Bos laat zich hier van zijn meest onfrisse kant zien, door iedereen die iets heeft met principiële thema’s als fundamentele mensenrechten en de strafbaarstelling van illegaliteit, als elitair en wereldvreemd aan de kant te schuiven. Het is een uitspraak die je eerder uit de mond van Wilders zou verwachten. Tegelijkertijd is het beledigend richting lageropgeleiden, alsof die zich niet druk zouden kunnen maken over principezaken. Maar er blijft iets knagen, de terechte kritiekpunten van Heijne en Von der Dunk laten een groter probleem onvermeld.

De valse tegenstelling tussen principe en compromis

Het zou namelijk nog enigszins te verteren zijn, als de PvdA zich inderdaad bezig zou houden met pragmatische politiek, om goede dingen binnen te halen voor de ‘laag opgeleide uitkeringsgerechtigde met een ziek kind in een huurhuis’ waar Wouter Bos het over heeft. Dat is echter niet het geval. Het woonakkoord dat Wouter Bos elders in zijn column bejubelt, benadeelt (armere) huurders ten opzichte van (rijkere) kopers. Huurders betalen nu al relatief meer voor hun woning dan kopers, omdat de overheid koopwoningen zes maal zoveel subsidieert als huurwoningen. Met het huidige woonakkoord – dat inzet op een onevenredige lastenverzwaring voor huurders – wordt deze ongelijkheid nog verder aangescherpt. Het zorgakkoord dat Wouter Bos in zijn column bejubelt, werd door de grootste vakbond niet ondertekend vanwege de onredelijke hardheid van het geheel. Het akkoord bespaart voornamelijk door de lonen uit te hollen van lageropgeleide zorgwerkers en door het recht op zorg verder in te perken. Tevens leidt het tot het verwachte ontslag van zo’n 50.000 thuiszorg medewerkers. Je vraagt je af waar de ‘laag opgeleide uitkeringsgerechtigde met een ziek kind in een huurhuis’ de PvdA precies dankbaar voor zou moeten zijn. Dat hij zijn huis niet meer kan betalen? Dat de zorg voor zijn kind duurder wordt? Dat de overheid in crisistijd de werkloosheid opdrijft?

Het werkelijke probleem van Wouter Bos en de PvdA is niet het verloochenen van de eigen politiek ten gunste van het compromis. Het werkelijke probleem ís de politiek van de PvdA. Achter de retoriek van het compromis, zoals ik eerder heb betoogd, gaat al sinds Paars een fundamentele koersverschuiving naar rechts schuil. Zo is Wouter Bos een aanhanger van de Derde Weg, dat het neoliberalisme met de sociaaldemocratie probeert te verzoenen. Het punt is niet zozeer dat Wouter Bos geen opvatting heeft over wat goed is voor de samenleving, zoals Bas Heijne beweert. Het probleem is dat Wouter Bos van mening is dat marktwerking goed is voor de samenleving, dat op gelijkheid gekort moet worden om vrijheid te realiseren. Het probleem is dat Wouter Bos een werkelijke sociaaldemocratische koers afdoet (het Van Waarde manifest van de Wiarda Beckman Stichting) als ‘één grote opgestoken middelvinger richting belastingbetaler’.

Deze koersverschuiving naar rechts zet zich nog immer voort. Het compromis is dus niet het probleem. Niet voor Lodewijk Asscher die principieel voorstander is van een drastische reductie van de verzorgingsstaat, en vrijwilligerswerk aandraagt als oplossing voor het wegvallen van essentiële overheidstaken. Niet voor Frans Timmermans, die vindt dat de PvdA niet de zwakkeren maar vooral ‘het comfort’ van de middenklasse dient te bewaken. Niet voor Jeroen Dijsselbloem, die de neoconservatief Theodore Dalrymple als grote inspiratie vermeldt, een auteur die vindt dat de verzorgingsstaat leidt tot verloedering en drastisch ingeperkt moet worden.

In de NRC van dit weekeinde schreef Tom-Jan Meeus over Dijsselbloem: ‘Met zulke PvdA’ers heb je op den duur geen VVD’ers meer nodig’. Dat ‘op den duur’ kan overigens wel weggelaten worden. Als de PvdA het alleen voor het zeggen zou hebben, dan is het zeer waarschijnlijk dat de partij eenzelfde hardvochtig beleid had gevoerd. Het regeerakkoord is immers in Samsom zijn woorden, ‘een compromis met de realiteit’, niet met de VVD.

Tot slot is er Flip de Kam, de PvdA-hoogleraar die in de NRC van dit weekeinde alvast een voorschot neemt op de aankomende bezuinigingsronde. Als er iemand moet inleveren, dan liever niet de ontvangers van hypotheeksubsidies, die volgens het CBS voor de helft ten goede komen aan de rijkste 20%. Liever niet de toplaag van 10% van de Nederlandse bevolking die 61% van het vermogen bezit, niet de Nederlandse multinationals die nauwelijks belasting blijken te betalen. Nee, de prioriteit van Flip de Kam is om de allerarmste groep van de bevolking aan te pakken:

‘Volgens Flip de Kam, hoogleraar openbare financiën in Groningen en PvdA’er, zou het “technisch” gezien logisch zijn om bij nieuwe bezuinigingen naar de uitkeringen te kijken. Het aantal inactieven is immers ongekend hoog en daardoor ligt het voor de hand de koppeling met de stijgende CAO-lonen los te laten. “In 1984 gingen de uitkeringen in een keer zelfs met 3 procent omlaag. Als je dat nu zou doen, zou dat bij elk procent netto 500 miljoen opleveren.” […] Dat bezuinigingen op de sociale zekerheid een eind zou betekenen voor het akkoord met bonden en werkgevers, deert De Kam niet. “Het sociaal akkoord is gebouwd op drijfzand, namelijk op de gedachte dat komend jaar extra maatregelen achterwege konden blijven.’

Het woordje ‘technisch’ doet het voorkomen alsof dit een pragmatische keuze is. Dat is wat de PvdA echter constant doet, zij presenteert de rechtse politiek van de regeringen waar zij deel van uitmaakt alsof het ingegeven is door technische noodzaak. Het is een technocratisch masker, waarachter een daadwerkelijke ideologische keuze schuilgaat. We hebben hier dus niet te maken met een ‘pragmatisch financieel vraagstuk’ dat verabsoluteerd wordt, zoals Von der Dunk het in zijn column beschrijft. Dit financieel vraagstuk is door en door politiek. Terwijl de meeste economen inmiddels overtuigd zijn van de schadelijkheid van het Europees bezuinigingsbeleid, blijft de PvdA-top op halsstarrige wijze trouw aan het motto van de grondlegger van het neoliberalisme, Milton Friedman: ‘never waste a good crisis’.

Concluderend kunnen we stellen dat de partijtop van de PvdA wel degelijk principes heeft. Ze lijken alleen verdomd veel op die van de VVD.

Geplaatst op Joop, 3 juni 2013.

Tagged with: