Home

Met de publicatie van het Van waarde-manifest heeft zich een belangrijke breuklijn geopenbaard binnen de Partij van de Arbeid. Op essentiële punten is het manifest in tegenspraak met de huidige partijkoers, zoals verwoord door Diederik Samsom en Lodewijk Asscher.

Sinds Kok in 1989 afscheid nam van het socialistische ideaal en zich uitsprak voor het pragmatisme, is er een strubbeling gaande tussen de sociaal-liberale en de sociaal-democratische vleugel van de partij. Lange tijd heeft het sociaal-liberale geluid de boventoon gevoerd. Nog steeds is deze stroming dominant, zij het met minder nadruk op het individu en meer op de gemeenschap. Het Van waarde-manifest leest daarentegen als een wederopleving van het nog immer marginale sociaal-democratische geluid binnen de partij. Daarmee is de aloude richtingenstrijd opnieuw opgelaaid.

Wie verwacht had dat de verschijning van het manifest zou leiden tot een openhartige discussie over deze inhoudelijke meningsverschillen, kwam echter van een koude kermis thuis. Bij de presentatie in de Rode Hoed was bovenal het onmiskenbare retorische talent van Diederik Samsom en Paul de Beer te bewonderen, die de aanwezige splijtstof op professionele wijze onklaar wisten te maken. Zo wuifde Diederik Samsom elke kritiek op het regeerakkoord weg, met de zeer filosofische vinding dat de PvdA zich niet ter linkerzijde van het regeerakkoord zou bevinden, enkel op een ander punt in de tijd.

Hans Daalder, grondlegger van de Nederlandse politicologie, liet in een lezing in 1964 al weten dat door politieke elites ‘vele wezenlijk-politieke zaken in de Nederlandse samenleving niet als zodanig gesteld worden’.[i] Daalder spreekt van een ‘centristische mythologie’, waardoor politieke tegenstellingen en verantwoordelijkheden versluierd worden ten gunste van het compromis. Het gevolg is dat de kiezer niets te kiezen heeft en vervalt in lijdelijkheid en apathie, wat in tijden van crisis om kan slaan in een gevaarlijke balorigheid.

Den Uyl waarschuwde in de jaren zeventig voor de dreiging ‘dat onder de wattendeken van de sussende bezweringen het politiek bewustzijn wordt verdoofd’[ii]. In de openingsregels van het bekende essay De smalle marge van democratische politiek, bekritiseert Den Uyl de ondoorzichtige wijze waarop regeerakkoorden tot stand komen, als ‘de uitholling van onze parlementaire democratie’.

Wie de Nederlandse politiek op de voet volgt, overkomt vaak het gevoel dat er sindsdien weinig is veranderd. Juist nu we geconfronteerd worden met een voortdurende economische crisis, en de reële mogelijkheid dat het huidige beleid die crisis verergert, is het noodzakelijk om tegenstellingen te benoemen en de discussie in alle openheid te voeren.

Een tot sociaal-liberalisme verdunde koers

In een essay uit 2004 schrijft Paul de Beer over een strijd binnen de partij tussen een ‘klassieke’ sociaal-democratische stroming, ook wel als vakbondsvleugel aangeduid, en een ‘moderne’ sociaal-liberale stroming, waar De Beer ook zichzelf toerekent.[iii] Met deze laatste term doelt de Beer op de Nederlandse variant van de Derde Weg van Blair, Clinton en Schröder, in Nederland voornamelijk geassocieerd met Wim Kok en Wouter Bos. De vakbondsvleugel, aldus De Beer, bepleitte een sterke positie van de staat, beteugeling van de markt, beperking van inkomensverschillen en een prominente rol van de vakbeweging. De sociaal-liberalen daarentegen, gingen uit van de beperkte sturingsmogelijkheden van de overheid, wilden sociale doeleinden realiseren via de markt, en prefereerden volgens De Beer gelijke kansen boven gelijke uitkomsten (wat enigszins een eufemisme is voor de acceptatie van grotere sociale ongelijkheid met het idee dat economische prikkels tot hogere economische groei leiden).

Deze richtingenstrijd werd volgens Paul de Beer echter zoveel mogelijk verhuld. Toen de PvdA in 1994 een historische coalitie met de VVD aanging en vervolgens opging in Paars, koos de partij voor een sociaal-liberale koers die echter niet als zodanig werd aangekondigd:

‘De liberale inbreng in dit kabinet kon aan de VVD worden overgelaten, zodat de PvdA ogenschijnlijk aan haar meer traditionele standpunten kon vasthouden, zij het tot sociaal-liberaal kabinetsbeleid verdund. Zo sloeg de PvdA, nota bene onder leiding van oud-vakbondsman Wim Kok, in de jaren negentig een geheel nieuwe weg in, zonder dat hierover een serieus intern debat was gevoerd.’[iv]

De geschiedenis herhaalt zich. De parallellen zijn duidelijk. Weer neemt de PvdA plaats in een coalitie met de VVD waarbij de partij het doet voorkomen vast te houden aan haar traditionele sociaal-democratische principes. Sterker nog, de partijtop wendt zelfs een zekere reveille voor, wat een brille. Ondertussen wordt de ontegenzeggelijk harde rechtse koers afgeschoven op de noodzaak van het compromis.

Tijdens de Politieke Ledenraad van de PvdA, op 16 maart jongstleden, sprak Diederik Samsom zelfs van een compromis met ‘de veranderende realiteit’, niet zozeer met de VVD of met de Brusselse technocratie. Werkelijke politieke keuzes en alternatieven zijn er niet, zo valt op te maken uit Samsoms toespraak. De keuze tussen een anticyclisch, expansief fiscaal beleid en een procyclisch bezuinigingsbeleid is volgens de partijleider een ‘valse tegenstelling’. De waarheid ligt immers in het midden, zo luidt het centristische devies. Dat is het enige ‘eerlijke en echte verhaal’, kregen de leden te horen. Wat de vraag oproept of voorstanders van een expansief begrotingsbeleid – neem een macro-econoom als Bas Jacobs – soms een oneerlijk en onecht verhaal verkondigen. Subtiel is anders.

Het verhullen en depolitiseren van tegenstellingen, de regenteske politieke praktijk waar Daalder en Den Uyl ons nog zo voor waarschuwden, lijkt weer helemaal terug van weggeweest. Dit alles doet de inhoudelijke discussie natuurlijk weinig goed. Het zou zonde zijn als de PvdA op deze wijze haar ogen sluit voor de wereldwijd oplevende discussie over economisch beleid. Zelfs het IMF heeft – in haar visie op ‘de veranderende realiteit’ – de huidige PvdA inmiddels links gepasseerd. Of is het toch eerder de PvdA die het IMF rechts passeert?

Het sociaal-liberale tekort

De sociaal-democratische visie op de crisis, gebaseerd op het dictum van Keynes – ‘the boom, not the slump, is the time for austerity’ – is verlaten. Eerdere kritiek over het ‘kapot bezuinigen van de economie’ heeft men ingeslikt, net nu de economische cijfers de relevantie van dat statement verder bevestigen. Van een daadwerkelijke agenda van sociale transformatie rest enkel de belofte om de scherpste kantjes van de agenda van de VVD af te vijlen.

Wat Bart Tromp in de jaren negentig de kern van de sociaal-democratische agenda noemde – versterking van het publieke domein en instandhouding van een brede verzorgingsstaat (ook al zou dat ingrepen vergen) – lijkt geheel uit het gezichtsveld verdwenen. In plaats van de voorgehouden sociaal-democratische wederopleving uit de verkiezingscampagne van vorig jaar zien we een blauw kabinet met rode franjes. Net als in 1994 lijkt er sprake van een bewuste keuze voor een verschuiving naar rechts, verhuld achter de retoriek van het compromis.

De sociaal-democratische visie is duidelijk verwoord in Kees Schuyts studie Op zoek naar het hart van de verzorgingsstaat.[v] Schuyt reduceert daarin de materiële en morele grondslagen van de verzorgingsstaat tot drie kernpunten:

  1. Solidariteit: niemand mag onder de grens zakken, waaronder een decent bestaan in een vrije maatschappij onmogelijk wordt.
  2. Sociale rechtvaardigheid: de verdeling van inkomen en daarvan afgeleide schaarse goederen mag niet door willekeur tot stand komen.
  3. Een economische politiek gericht op zo veel mogelijk werkgelegenheid voor ieder als de beste bestrijding van de financiële problemen van de ‘staat van verzorging’.

Deze principes blijven volgens Schuyt van kracht in tijden van crisis en bezuinigingspolitiek. Hij citeert Den Uyl als volgt: ‘Alleen langs deze weg van solidariteit vinden we oplossingen voor de “betaalbaarheid” van de verzorgingsstaat. Inkomensmatiging en bezuinigingen op een controleerbare manier omzetten in investeringen, arbeidsplaatsen en arbeidstijdverkorting per werkende. De mensen zonder werk en de ouderen niet laten zakken. De verzorgingsstaat hervormen, jazeker, maar vasthouden aan de verantwoordelijkheid van de gemeenschap voor een gelijk recht van een ieder (vrouwen precies gelijk aan mannen) op werk, inkomen en uitkering.’[vi]

Het sociaal-liberalisme breekt op al deze punten met de sociaal-democratische agenda. Solidariteit wordt geherdefinieerd, waarbij de overheid verantwoordelijkheid voor het garanderen van een menswaardig minimum meer en meer uitbesteedt aan maatschappelijk initiatief. Hierdoor beginnen sociale voorzieningen zich van een ‘gelijk recht’ tot een gunst te ontwikkelen. Sociale rechtvaardigheid wordt op basis van de filosofie van Rawls gereduceerd tot het welbevinden van de laagste inkomens, waarmee de partij een groot deel van haar vermogenspolitiek en inkomenspolitiek uit handen geeft. Het gevolg is dat op beide punten de ongelijkheid wezenlijk gegroeid is, met de bonuscultuur en de zelfverrijking van bestuurders als symbolisch zwaartepunt. De economische politiek ten slotte, wordt gereduceerd tot een faciliterende rol voor de overheid. Werkgelegenheidsverschaffing is niet meer de leidraad van het beleid, met als concreet gevolg dat ‘investeringen, arbeidsplaatsen en arbeidstijdverkorting’ uitblijven.

Zoals gezegd werd de aanzet tot deze nieuwe koers allereerst gegeven door Wim Kok in de verkiezingscampagne van 1989. In de jaren negentig was het vervolgens Paul de Beer, via de publicatie van Het verdiende inkomen, die de filosofie van Rawls gebruikte om deze nieuwe politiek filosofisch te funderen. De rol van de staat in het egaliseren van de inkomens- en vermogensverdeling moest beperkt worden. Ook de keynesiaanse nadruk op overheidsinvesteringen in crisistijd werd losgelaten. Het enige wat de overheid zou moeten doen, is zorg dragen voor een zo goed mogelijk minimuminkomen.

Een belangrijk verschil tussen de Nederlandse en de Britse Derde Weg is dat in Engeland vanaf begin af aan het gemeenschapsdenken een belangrijk onderdeel vormde van deze nieuwe politiek. De Nederlandse Derde Weg baseerde zich op Rawls, en kende daarmee een meer individualistische inslag. De Britse versie inspireerde zich op het communitarisme van Amitai Etzioni, en in mindere mate progressieve communitaristen als Alasdair MacIntyre, Michael Sandel, Charles Taylor, Michael Walzer en John MacMurray.[vii] Allen denkers die hun filosofie juist formuleerden in oppositie tot het individualisme van Rawls. Een van de eerste beschrijvingen van de Britse Derde Weg[viii] schetste deze nieuwe politiek dan ook als ‘CORA’:

  • community: gemeenschapsdenken
  • opportunity: ontplooiingsmogelijkheden voor iedereen, met bijbehorende vergoedingen
  • responsibility: eigen verantwoordelijkheid
  • accountability: rekenschap die burgers en overheid aan elkaar moeten afleggen

In de laatste jaren is de gehele PvdA gaan bewegen van een meer individualistische positie naar een meer op gemeenschap georiënteerde visie. In de woorden van Spekman: ‘Er moet een omslag komen van ik naar ons.’ Belangrijk hier is dat er zowel een linkse als een rechtse variant van het gemeenschapsdenken bestaat. Zo spreekt het Van waarde manifest zich uit voor bevrijdende en emanciperende vormen van gemeenschapszin (onder de noemer ‘binding’), en waarschuwt voor de bevoogdende en onderdrukkende vormen daarvan. [ix] De partijtop van de PvdA echter, legt heel andere accenten. Lezen we de toespraken van Asscher, Samsom en Spekman, dan zien we vooral een voortborduren op de neoliberaal georiënteerde formule van de Britse Derde Weg. Een conservatief gemeenschapsdenken vervult hierin een hoofdrol.

De preek van Asscher

De destijds gehypte en inmiddels al bijna weer vergeten toespraak van Lodewijk Asscher, van 28 oktober 2012, geeft een goede indicatie van de huidige ideologische oriëntatie van de partijtop. Het was de zogenaamde Preek van de Leek, gehouden op een vrij belangrijk moment, vlak voor de vaststelling van het regeerakkoord. Niet zonder reden zat de zaal vol met journalisten: de verwachting was dat hier een strategische lijn zou worden uitgezet. Asscher stelde niet teleur. Door Vrij Nederland werd de preek prompt uitgeroepen tot de ideologische basis van het nieuwe kabinet.

De kern van Asschers betoog is te herleiden tot twee elementen die logischerwijs uit elkaar voortvloeien. Het eerste is een herformulering van het solidariteitsbegrip. Het tweede is de aankondiging van een terugtredende overheid, waarvan de sociale kosten door de goede werken van de bevolking opgevangen dienen te worden.

Solidariteit betekent volgens Asscher, ons te kunnen verplaatsen in de mensen die het minder goed getroffen hebben. Solidariteit wordt in zijn lezing feitelijk gelijkgesteld met vrijwilligerswerk. ‘Verplaats je in anderen, bekommer je om anderen’, zo preekt hij. ‘Wees niet onverschillig en accepteer het onacceptabele niet. Er is altijd een alternatief! Begin nabij, het hoeft niet de armoede in de derde wereld te zijn, het hoeft niet meteen de vrede in het Midden-Oosten te zijn. Ook jouw Lazarus ligt waarschijnlijk gewoon voor je deur, woont naast je, heeft kinderen op de school van jouw kinderen, winkelt in dezelfde supermarkt.’

Deze visie op het zelfzorgend vermogen van de burger impliceert een opvallende breuk met de sociaal-democratische traditie. Volgens Kees Schuyt maakt het solidariteitsbegrip de kern uit van de verzorgingsstaat. Bij Lodewijk Asscher is het juist het antwoord op haar verdere desintegratie. De burger moet volgens Asscher niet meer naar de overheid kijken, maar zelf dingen onder handen gaan nemen: ‘Wees niet onverschillig. Jij kunt een verschil maken. Doe dat dan ook. Verwacht niet dat een ander het oplost. Een politicus, een held of een godheid. Je kan niet van de politiek verwachten dat zij alles oplossen. Je verwachtingen zijn dan niet reëel én je houdt ook op je af te vragen welke rol je zelf kunt spelen.’

De reden die Asscher hiervoor aandraagt, is dat de verzorgingsstaat verder ingekrompen moet worden. De periode van eindeloze groei van de verzorgingsstaat is afgelopen, zo wordt ons gemeld. En passant bekritiseert hij de neiging ‘het bestaande met hand en tand te verdedigen’, en vast te houden aan verworven rechten. Alweer wordt hier afstand genomen van de sociaal-democratische positie zoals verwoord door Den Uyl (zie boven), maar tevens door Nobelprijswinnende prominenten als Paul Krugman, Joseph Stiglitz, en Jeffrey Sachs. Zij stellen dat in tijden van crisis de overheid juist extra dient te investeren en sociale voorzieningen in stand moet houden om te zorgen dat de effectieve vraag niet instort en de crisis zich verder verdiept, zoals in Nederland is gebeurd.

Nr8-Foto-Glasman-Asscher-300x300

Lodewijk Asscher omarmt de ideeën van Maurice Glasman, conservatieve Blue Labour intellectueel, De Balie 1 februari 2012. Zie: http://napnieuws.nl/2012/02/01/asscher-wil-blue-labour/

Van de Derde Weg naar Blue Labour

Asscher plaatst zich in zijn lezing op één lijn met de Britse Derde Weg, dat evengoed uitging van het idee dat burgers eerst zelf hun problemen dienden op te lossen, alvorens de politiek daarop aan te spreken. Nu is het zo dat de Derde Weg, samen met Tony Blair, in Engeland al een tijdje politiek dood is verklaard. New Labour heet gewoon weer Labour. De ideeën leven echter voort, en zijn verder ontwikkeld onder de naam Blue Labour, een gedachtegoed dat zich wat kritischer opstelt ten opzichte van de markt en meer inzet op gemeenschap, maar los van deze accentverschillen, voornamelijk voortborduurt op de Derde Weg van voorheen. Blue Labour heeft bovenal een conservatievere inslag, en probeert delen van het verloren electoraat terug te winnen door op het gebied van immigratie en misdaadbestrijding een harde lijn te bepleiten. Een vergelijkbare conservatieve wending is tevens bij de PvdA-top te zien. Denk aan de participatiecontracten van Asscher en de ongenaakbare opstelling van de partijtop rond de strafbaarstelling van illegaliteit.

De term Blue Labour is bedacht door Maurice Glasman, een Labour-baron en een controversieel denker die een eigen variant heeft ontwikkeld op de Big Society-formule van de Britse Conservatieven. Zowel de Conservatieven als Labour grijpen daarbij terug op een christelijk geïnspireerd gemeenschapsdenken. De teneur van deze theorieën is dat zowel de staat als de markt als ordeningsprincipe hun tekortkomingen kennen. Als nieuwe toevoeging wordt nu de gemeenschap naar voren geschoven om de sociale kosten van een terugtredende overheid op te vangen.

Burgers moeten zelf initiatief nemen, de bibliotheek gaan runnen, mantelzorg verlenen of het bloemenperk mooi houden, zodat de overheid verder kan snijden in het budget. Het is een beleid dat in Engeland grote controverse heeft gegenereerd[x]. Door critici wordt het gezien als een cynische truc om verdere bezuinigingen te kunnen verkopen als een vorm van empowerment van het maatschappelijk middenveld. Anderen wijzen op de problematische impact van het nieuwe beleid op kansarme groepen en in het bijzonder vrouwen, die in toenemende mate de traditionele mantelzorg weer op zich moeten gaan nemen. Het is dit beleid dat nu in Nederland overal naar voren wordt geschoven onder de noemer Doe–Democratie (inmiddels staat het bekend als de participatiesamenleving).

De conservatieve wending van het sociaal-liberalisme

Het Nederlandse sociaal-liberalisme was een synthese tussen de sociaal-democratie en het neoliberalisme. De voorgestelde koers van Lodewijk Asscher is een nieuwe synthese, waarbij een conservatief gemeenschapsdenken als nieuw ingrediënt aan de eerdere samenstelling wordt toegevoegd. Niet voor niets staat Asscher bekend als een bewonderaar van Glasman, met wiens ideeën hij zich afficheerde tijdens een gezamenlijk debat in de Balie. Deze politiek is in open tegenspraak met het Van waarde-manifest, waar Monika Sie zich uitspreekt tegen een dergelijke koers, overigens zonder de naam van Asscher te noemen: ‘Op zich is het een goed idee om te investeren in de vermogens en veerkracht van mensen, om de autonomie van burgers en gemeenschappen te bevorderen – Pieter Hilhorst noemt dat “sociale veerkracht” of “samenredzaamheid”, Nico de Boer en Jos van der Lans spreken in dit licht van “burgerkracht” – en mensen te stimuleren tot participatie via scholing en begeleiding naar werk. Maar dit motief wordt in de praktijk op een griezelige manier vermengd met een harde bestuurlijke bezuinigingsagenda en een neoliberale ideologie van versobering van voorzieningen, selectievere toegang tot voorzieningen, en een verkleining van de verzorgingsstaat. Deze cocktail van activerende, bestuurlijke en neoliberale motieven bedreigt al snel de bestaanszekerheid van mensen die kwetsbaar zijn, geen sterke sociale netwerken hebben, en die zich moeilijk laten activeren.’[xi]

Hier doet de aloude richtingenstrijd zich opnieuw gelden. Langs enigszins andere coördinaten weliswaar dan voorheen, maar desalniettemin zijn er twee duidelijk te onderscheiden posities, die fundamenteel met elkaar in botsing zijn.[xii] De vraag is of de partij deze discussie openlijk durft aan te gaan, of dat men de wattendeken verkiest waar Den Uyl in zijn tijd zo tegen te hoop liep. Er staat veel op het spel.

Gepubliceerd in Socialisme en Democratie, 22 mei 2013. Dit stuk is een sterk gewijzigde versie van een artikel dat eerder in de Groene verscheen.

[i] H. Daalder (1974), Politisering en Lijdelijkheid in de Nederlandse politiek, Assen: Van Gorcum

[ii] J.M. Den Uyl (1978), Inzicht en Uitzicht. Opstellen over economie en politiek, Amsterdam: Bert Bakker.

[iii] De nogal arbitraire kwalificaties ‘modern’ en ‘klassiek’ zal ik in het vervolg weglaten. Ze zijn verre van neutraal – ‘klassiek’ klinkt al snel als verouderd, ‘modern’ als bij de tijd – en verraden de persoonlijke voorkeur van De Beer. Het Van waarde manifest laat zien dat een ‘modern’ sociaaldemocratisch geluid mogelijk is, terwijl de huidige conservatieve wending van het sociaal-liberalisme evengoed als ‘klassiek’ kan worden aangeduid.

[iv] Paul de Beer, ‘Het debat over sociaal-liberalisme op herhaling’, in: S&D 2004 nr. 5-6, p. 68.

[v] Kees Schuyt (1992), Op zoek naar het hart van de verzorgingsstaat, Stenfert Kroese: Leiden, p. 4.

[vi] Den Uyl 1982, geciteerd in Schuyt 1992, p. 4.

[vii] Zie: Jane Lewis en Rebecca Surender (red) (2004), Welfare State Change : Towards a Third Way? Oxford: Oxford University Press; Sarah Hale, Will Leggett en Luke Martell (red) (2004), The Third Way and Beyond: Criticisms, Futures and Alternatives, Manchester: Manchester University Press.

[viii] Zie: J. Le Grand (1998), ‘The Third Way begins with Cora‘, New Statesman, 6 March, pp. 26–27.

[ix] Monika Sie Dhian Ho (2013), Van waarde. Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw, Van Gennep, Amsterdam, p. 95.

[x] De grootste controverse werd veroorzaakt door Maurice Glasman zelf, die zijn conservatieve gemeenschapsdenken wat al te ver doorvoerde. Zo heeft Glasman opgeroepen om de Britse grenzen te sluiten, en de islamofobe voetbalhooligans van de EDL (European Defense League – supporters van Geert Wilders) te betrekken in de partijorganisatie van Labour. Zijn invloedrijke positie als naaste adviseur van Ed Miliband heeft hij sindsdien verloren. Blue Labour is uit de gratie geraakt, de ideeën echter niet.

[xi] Monika Sie Dhian Ho (2013), Van waarde. Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw, Van Gennep, Amsterdam, p. 45.

[xii] Het Van waarde manifest is vertaald naar een Van Waarde resolutie, die is aangenomen door het PvdA congres. Het punt is echter dat de resolutie eerder de conservatieve lijn van de partijtop vertegenwoordigt, dan de sociaaldemocratische lijn van het manifest. Zie het artikel van Sara Murawski over samen-redzaamheid voor een scherpe analyse van deze tegenstelling.

One thought on “Richting­enstrijd – de conserva­tieve wending van de PvdA

  1. Pingback: De PvvdA | MO

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s