De Mandela Mythe

In de week sinds het overlijden van Mandela heeft journalistiek Nederland ons een geheel nieuwe geschiedenis aangepraat. Een geschiedenis waarin Apartheid ten onder is gegaan door verzoening en vergeving. Een geschiedenis waarin Nederland aan de goede zijde heeft gestaan, wat Apartheid betreft. Een geschiedenis waarin de emancipatie van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika als een gegeven wordt beschouwd. Ons is een opgeschoond en opgesmukt verhaal verteld. De herdenking van Mandela – en de anti-apartheidsstrijd die hij als geen ander belichaamde – heeft zo een zure nasmaak gekregen.

De mythevorming in de media betreft allereerst de persoon Mandela. De man is getransformeerd tot een bordkartonnen karikatuur. Een eigentijds Christus-figuur wiens vredelievendheid en bereidheid tot het omarmen van vijanden, iedereen een fijn warm gevoel meegeeft. De NRC vertelt ons het sprookje van een ‘krachtige, kwade en vastberaden commandant’ die in de gevangenis een ‘miraculeuze’, ja zelfs ‘messiaanse transformatie’ doormaakte: terrorist wordt verzoener. Het is de verzoener die de afgelopen week herdacht is, niet de militante vrijheidsstrijder die het apartheidsregime tot die verzoening dwong.

‘Misschien had Mandela op Robbeneiland geleerd dat niet terugslaan vaak effectiever is en verzoening een wapen’, zo schrijft Bert Wagendorp in de Volkskrant. Alsof een gewelddadig en onderdrukkend regime enkel met sussende woorden en een uitgestoken hand tot inkeer kan worden gebracht. We hoeven alleen maar aan Steve Biko te denken, doodgemarteld in een gevangenis, om te beseffen hoe wereldvreemd deze visie is. Alsof er niet duizenden zijn omgekomen in vreedzame demonstraties zoals in Sharpville en Soweto.

Na een periode van vreedzaam protest in de jaren vijftig, kwam Mandela in 1961 tot de conclusie dat het onrealistisch was om ‘vrede en geweldloosheid te prediken wanneer de regering op onze vreedzame eisen met geweld reageert’. Gedurende zijn gehele gevangenistijd zou hij gewapende strijd blijven steunen. In 1985 werd hem clementie aangeboden op voorwaarde dat hij afstand zou nemen van geweld. Mandela weigerde. Zolang de ANC en alle reguliere vormen van politiek activiteit werden verboden, was in zijn ogen gewelddadig verzet tegen een onderdrukkend regime geoorloofd. Het is belangrijk dit in gedachten houden als we Wim Kok horen spreken over de ‘aaibaarheidsgraad’ en ‘aandoenlijkheid’ van Mandela. Alsof het een knuffeldier betreft. De niet zo knuffelbare werkelijkheid is dat gewapend verzet een belangrijk element was in de strijd tegen Apartheid. De uiteindelijke onderhandelingspositie van Mandela was daar mede op gebaseerd.

Apartheid is niet ten onder gegaan door vergeving alleen. De uiteindelijke verzoening is mogelijk gemaakt door de gewapende en ongewapende strijd van het ANC, door de langdurige campagnes van de wereldwijde antiapartheidsbeweging en de daaruit voortkomende boycot. De eenzijdige focus op Mandela als Christusfiguur negeert de essentiële rol van de anti-apartheidsstrijd. De rol van al die organisaties, bewegingen, en activisten die zich over de hele wereld tegen Apartheid hebben verzet. En die in ons land vaak een onwillige regering tegenover zich vonden.

Zo lezen we in een dossier van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis dat Nederland bewust niet voorop liep ‘bij het uitoefenen van druk op het steeds gewelddadiger opererende apartheidsbewind’. Verbaal veroordeelde men misschien het blanke minderheidsregime. In de praktijk was Nederland een van de belangrijkste partners en investeerders. In augustus 1985 legde CDA-minister Van den Broek een bezoek af aan Zuid Afrika met een Europese topdelegatie. President P.W. Botha verbood hen Nelson Mandela op te zoeken in zijn gevangenis. Voor de minister was het geen reden om de reis te annuleren. Voor de Zuid-Afrikaanse televisie verklaarde Van den Broek dat hij de ANC-leider erop had willen wijzen dat geweld niet bijdroeg tot een oplossing. Dat was de houding van de Nederlandse regering toen het er werkelijk toe deed. Onder leiding van de kabinetten Lubbers was Nederland een van de westerse landen “die zich het minst inzetten voor de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika”, zo liet anti-apartheidsactivist Sietse Bosgra weten in de NRC in juni 1990.

Het grote pijnpunt in de nalatenschap van Mandela is misschien wel juist dat hij te vergevend was. In de onderhandelingen over de beëindiging van Apartheid is besloten de economische verhoudingen in het land grotendeels intact te laten. De sociale agenda van het ANC werd verlaten, de herverdeling van de welvaart in het land is nimmer ter hand genomen. Naomi Klein beschrijft het huidige Zuid Afrika in haar boek de Shock Doctrine als een triest voorbeeld van wat er gebeurt als politieke transformatie losgekoppeld wordt van economische verandering. Onder druk van financiële markten, de Wereldbank en het IMF, is het ANC in de jaren negentig een neoliberale koers gaan varen, met een explosie van sociale ongelijkheid en criminaliteit tot gevolg. Een nieuwe Apartheid heeft postgevat. Zuid Afrika heeft Brazilië afgelost als de meest ongelijke samenleving ter wereld. Politiek is men vrij, economisch blijft men gebonden.

Gepubliceerd in NRC Next, 15 december 2013

Tagged with: