De stroman van de linkse elite

Uit het archief. Een discussie tussen mij en Daniël Broersma over GeenStijl en de linkse elite. Hier overigens de respons van Broersma.

De stroman van de linkse elite

“De kastenstrijd woedde plotseling op alle fronten. Er was een ruk naar rechts en er was een ruk naar links, maar omdat Nederland een paternalistisch verziekte gemeenschap is, betekende dit in de praktijk uitsluitend een ruk naar rechts.”

– Harry Mulisch, Bericht aan de Rattenkoning

Het is een klassieke retorische techniek. De stroman redenering. Maak een karikatuur van je tegenstander, geef hem allerlei eigenschappen die hij niet bezit, en val hem daar vervolgens keihard op aan. Het idee van ‘de linkse intellectuele elite’ is zo’n strooien pop, vernuftig opgetuigd door de rechts populistische retoriek van Fortuyn, Verdonk, Wilders en blogs zoals GeenStijl. De linkse vogelverschrikker is zelfs zo’n overweldigend succes, dat het onderwerp van spot in de eigen karikatuur is gaan geloven. Enige therapie lijkt hier op zijn plaats.

Het artikel van Daniël Broersma in Waterstof #41 is een typische illustratie van deze vreemde pathologie. Volgens Broersma is er een dominante links-intellectuele elite in Nederland die de toon van het debat bepaalt. Deze beschaafd kwebbelende intelligentsia raakt in de daarvoor bestemde weldenkende kwaliteitsbladen maar niet uitgepraat over het shockerende weblog GeenStijl. Dit komt, aldus Broersma zijn analyse, omdat GeenStijl links confronteert met de contradicties van het eigen emancipatie-ideaal. Aan de ene kant wil links namelijk dat het volk zich emancipeert, dat de proleet als ‘zelfstandig en volwaardig burger’ kan ‘participeren in de maatschappij’, kortom, dat deze zijn zegje kan doen. Aan de andere kant, zo vertelt Broersma, is het linkse emancipatie-ideaal tegelijkertijd ook een beschavingsideaal, het eenmaal geëmancipeerde volk moet zich wel volgens de ‘linkse fatsoensnormen’ gedragen. Het probleem van links is dus dat de webproleten van GeenStijl participeren en zich emanciperen, maar op een onfatsoenlijke en onbeschaafde manier. De ‘emancipatie van de onbeschaafdheid’, aldus Broersma. Links-elitaire radeloosheid is het gevolg.

Wat is er mis met dit plaatje? Laten we bij het begin beginnen, en enigszins direct zijn. Het is het paranoïde wereldbeeld van rechts dat Nederland gedomineerd wordt door een links-intellectuele elite. Want eenieder die nog enigszins in mentale gezondheid verkeert, moet constateren dat er weinig van links meer over is. De linkse intellectuelen zijn simpelweg onvindbaar, houden zich ergens schuil of hebben zichzelf al overgegeven (behalve misschien Marcel van Dam, maar die woont in een paleis, dus laten we voor het gemak even buiten beschouwing).

Een verkiezing van Vrij Nederland uit 2008 die de twaalf meest vooraanstaande Nederlandse intellectuelen poogde te onthullen, kreeg al de typische reactie dat in Nederland het woord intellectueel een ‘vies woord’ is, dat ze hier niet bestaan of aan het uitsterven zijn. De selectie namen is niet zo snel politiek te duiden, maar de meest uitgesproken politieke figuren zijn eerder conservatief-liberaal dan links te noemen (zo is Verbrugge een bekend conservatief, van Doorn staat bekend als liberaal conservatief, Ankersmit schreef het liberaal manifest). Hans Achterhuis beantwoordt hier misschien nog het beste aan het klassieke profiel van de linkse intellectueel, in de zin dat hij ooit in een ver verleden links was, toen dat nog trendy was. De typische linkse intellectueel is tot inkeer gekomen, heeft afstand genomen van politiek en utopie en heeft uit schaamte of lafhartigheid met het badwater (de Goelag, Stalin en Mao etc.) ook maar de baby (het linkse gedachtegoed) uit het raam gekieperd.

Dan is er nog de media. Als links bestempelde kranten, zoals de Volkskrant, zijn kritischer en cynischer ten opzichte van linkse politiek dan de Telegraaf. Degenen die links oproepen om een oplossing voor de kredietcrisis aan te dragen, zoals onlangs nog gebeurde in de Groene Amsterdammer, lijken welhaast roependen in de woestijn. ‘Waar is links?’ was de titel op de voorpagina die tegelijkertijd verontwaardiging, verontrusting en verwarring kenbaar maakte. Goede vraag. Misschien moeten we maar advertenties in de krant gaan plaatsen om deze bedreigde diersoort weer boven water te krijgen. Gezocht: linkse intellectueel. Liefst met blauwdruk voor nieuw economisch systeem. Maar serieus. Welke intellectueel manifesteert zich openlijk als links, en discussieert en polemiseert over de koers van linkse politiek? Als deze mythische figuur inderdaad bestaat, dan zijn ze te tellen op de vingers van één hand.

We moeten constateren dat er iets grondig mis is met het zelfbeeld van de Nederlandse maatschappij wanneer de elite steeds meer als overwegend links wordt gezien. Zelfs wie naar de opeenvolgende regeringen kijkt na de tweede wereldoorlog, moet constateren dat bovenal het CDA maar nauwelijks links (de PvdA, GL en haar voorgangers, de SP) de belangrijkste politieke kracht is geweest in Nederland. Behalve het kortstondige avontuur van Den Uyl is er zelfs nog nooit sprake geweest van een werkelijk overwegend links kabinet. Rechtse kabinetten te over. Je zou natuurlijk kunnen stellen dat er een dominante politieke cultuur is die als een rode draad door alle politieke partijen heenloopt, en dat dit een linkse politieke cultuur is. En inderdaad, als je ervan uit gaat dat zelfs liberalen als Rutte links zijn (in de strijd om het VVD partijleiderschap tussen Verdonk en Rutte werd Rutte als een linkse VVD’er aangeduid), dan kun je de hele elite als links bestempelen. Maar is het niet veel logischer om gewoon de dingen bij hun naam te noemen? Rutte is een liberaal en we hebben in Nederland sinds Thorbecke een liberale democratie en een elite die als gemene deler een liberaal karakter heeft. Geen links karakter. Nederlandse intellectuelen idem dito. Dus als Verdonk of Wilders VVD’er Mark Rutte wegzetten als te links, bedoelen ze dan niet gewoon te liberaal? Als kranten of het medialandschap door GeenStijl als te links worden gezien, bedoelen ze dan niet te liberaal? Als de rechterlijke macht als te links wordt gezien, omdat deze te lichte straffen uitdeelt, bedoelt men dan niet te liberaal? Is dat niet wat de rechts populisten in Nederland met elkaar gemeen hebben? Dat ze anti-liberaal zijn? Zijn het niet liberale geloofsartikelen die onder vuur liggen, het pluralisme dat aan de basis ligt van het multiculturalisme, de consensusdemocratie, de scheiding van sferen met bijbehorende fatsoensnormen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht?

De Nederlandse elite is niet links, en er is iets mis als links zich als de elite gaat zien of als de elite zich als links gaat zien. Want links is de historische underdog, de stroming die aan de zijde staat van degenen die zich uitgesloten weten of aan de onderkant van de samenleving bevinden. Een stroming die juist in conflict is met de elite, omdat zij een eerlijkere herverdeling wil van materiële en immateriële rijkdom. Dat een groot gedeelte van het ‘volk’ niet meer bij links maar bij rechts politiek onderdak vindt is problematisch, maar dat hoeven we nog niet te verergeren door de stroman van ‘elitair links’ over te nemen van het rechtspopulisme. Het bestempelen van links als elitair is juist één van de strategieën geweest waarmee men het ‘volk’ bij rechts heeft binnengehaald. Het is een strategie die bestreden moet worden, niet overgenomen.

Ook het linkse emancipatie-ideaal waar Daniël Broersma het over heeft is geen links emancipatie-ideaal. De bezorgdheid om fatsoenlijkheid geeft het al weg. Zo heeft Daniël Broersma enigszins moeite om de jaren zeventig in te passen in zijn linkse fatsoensnorm: ‘Hoe langharig en ongeschoren de linkse idealisten uit de hippietijd ook mochten zijn, in de kern waren het doorgaans zeer fatsoenlijke mensen met duidelijke ideeën over wenselijk gedrag’. De tegenstrijdigheid is verklaarbaar. Daniël verwart een links emancipatie-ideaal met een burgerlijk beschavingsideaal. Hooguit was het beschavingsideaal een links ideaal in dezelfde mate dat links bij tijd en wijle inderdaad burgerlijk was. Maar zoals de jaren zeventig al laten zien, heeft links bij uitstek juist in conflict gestaan met het burgerlijke ideaal. Als historicus zou Daniël Broersma beter moeten weten. Je hoeft alleen maar het werk van Nederlands beroemdste historicus te lezen, Johan Huizinga, of een meer hedendaagse geschiedkundige zoals Henk te Velde, om erachter te komen dat het beschavingsideaal, het burgerlijk ideaal, geen links ideaal maar een elite-ideaal was.

‘In een land zonder een onafhankelijke, machtige aristocratie, vormde de hogere middenklasse de elite. In de negentiende eeuw zag deze elite zich als de personificatie van de nationale traditie -gezien als tolerant en liberaal – en wilde het volk verheffen. Deze verheffing betekende het bij het volk instampen van de nationale waardes: volgens de hogere middenklasse, waren dit de waardes van de serieuze, verantwoordelijke, degelijke en ruimdenkende burger. Hiervan uitgesloten waren het fanatieke Calvinisme, laat staan het zuidelijke Katholicisme of het revolutionaire socialisme. De emancipatoire bewegingen van de lagere middenklasse en de lagere klassen die deze ideologieën belichaamden werden gezien als een bedreiging van de nationale traditie en een mogelijke aanleiding tot de desintegratie van het vaderland.’

Slaat men de standaardwerken van historici zoals Simon Schama en Jonathan Israel erop na, dan komt men erachter dat de Nederlandse geschiedenis sinds het prille ontstaan van de Republiek in het teken staat van een culturele klassenoorlog. Een conflict tussen de kosmopolitische, burgerlijke en liberale elite, het regentendom gepersonifieerd door figuren als Johan de Witt, en de nationalistische, oranjegezinde, Calvinistische onderkant van de samenleving. Klinkt herkenbaar, niet? Het is deze strijd tegen het regentendom die zich telkens weer herhaalt in Nederland en die we vandaag de dag terugvinden in de rancuneuze humor van GeenStijl. Het is niet voor eerst dat hard stelling wordt genomen tegen het paternalisme, de betweterigheid en politieke correctheid van de elite.

Mijn punt is hier dat het rechtspopulisme, zoals bijna elk populisme, zijn pijlen richt op het gehele establishment, niet zozeer op links. Dat rechtspopulisten de elite afdoen als links heeft niet zozeer te maken met een gebrekkige opleiding of tekortschietend politiek identificatievermogen, maar eerder met politiek vernuft. Als je de elite en de media als links in plaats van liberaal bestempelt geef je het gevoel dat het politieke landschap dramatisch uit het lood geslagen is en krijg je automatisch meer ruimte voor rechts. Zeker in een land als Nederland, waar de waarheid altijd in het midden ligt en de media het idee heeft dat objectiviteit betekent dat zij zowel ‘links’ – in dit geval dus de liberale communis opinio – als rechts evenveel ruimte moet gunnen. Daarnaast is het ook een effectieve manier om de erfenis van links als anti-establishment stroming en als vertegenwoordiger van het ‘volk’ te ondergraven, net zoals bijbehorende instituties, zoals de vakbonden. Tenslotte heeft Geert Wilders behalve een anti-moslim agenda, ook een zeer sterk neoliberale agenda.

In een artikel in Waterstof #36 stelde ik dat links moet ‘terugneuken’, ofwel het conflict moet aangaan met de retoriek van GeenStijl. Daniël Broersma stelt dat dit onmogelijk is, omdat het kopiëren van de communicatiestijl van GeenStijl in tegenspraak is met ‘beschavingsideaal’ van links. Linkse humor kan volgens Daniël alleen maar een ‘mager, semi-politiek correct aftreksel’ zijn van GeenStijl. Zodra Daniël afstand zou doen van het idee dat links gelijk staat met truttigheid en fatsoenlijkheid, kan hij misschien zijn ogen openen voor het feit dat er in de wereld al lang programma’s zijn zoals Jon Stewarts’ The Daily Show die op zeer succesvolle wijze bijtende humor combineren met een progressieve agenda.

Ten tweede bedoel ik met ‘terugneuken’ niet noodzakelijkerwijs het regelrecht kopiëren van de communicatiewijze van GeenStijl. Het is ook tegenwicht bieden aan de krachtige politieke beeldvorming die door het rechtspopulisme de wereld in geslingerd wordt. Als iets maar lang genoeg herhaald wordt, zonder dat er iemand consistent weerwoord geeft, dan geloven mensen het uiteindelijk wel. Terugneuken is hier het ontkrachten van het idee dat links de elite is en niet aan de kant staat van de onderkant van de samenleving. Dat autochtonen de hardwerkende Nederlanders zijn en allochtonen per definitie uitzuigers. Dat klimaatverandering een samenzwering is van de milieubeweging. Het idee dat de Nederlandse identiteit vol van bitterheid en cynisme is.

Links is de historische stroming waarin het anti-establishment sentiment van de onderkant van de samenleving wordt gekanaliseerd in een emancipatoire agenda. Het geeft geen pas als zij geen vorm meer weet te geven aan het politieke antagonisme waar op dit moment behoefte aan is. Het is tijd voor een links populisme – niet noodzakelijkerwijs verlicht, zoals David van Reybrouck het noemt in zijn essay Pleidooi voor Populisme, want dat etiket is al problematisch genoeg, maar emancipatoir. Daarvoor heeft links wel eerst een grondig zelfonderzoek nodig, om uit de huidige identiteitscrisis te ontsnappen.

Tenslotte is er een belangrijke regel uit de Amerikaanse politiek, die ook op Nederland van toepassing is: laat jezelf politiek definiëren door je tegenstander, en je bent zo goed als verloren. Het is deze politieke hoofdzonde die in Nederland helaas maar al te gangbaar is.

Gepubliceerd in Waterstof:
http://www.waterlandstichting.nl/?p=artikelen&s=bekijken&id=1585

Tagged with: