Home

Doorbreek de passieve houding van media en politiek ten aanzien van discriminerende uitlatingen. Gepubliceerd in de Volkskrant, 20 oktober 2014.

Wilders vervolgen heeft een averechts effect, betoogde Kustaw Bessems (Vonk, 11 oktober). Het zou het publieke debat dat juist op gang is gekomen, in de kiem smoren. Het omgekeerde lijkt mij het geval. Niet dat de uitspraak van de rechter zaligmakend zal zijn. De treurige werkelijkheid is dat enkel door het vooruitzicht van een rechtszaak er mogelijk iets zal veranderen in de passieve houding van journalisten en politici.

Het is juist de massale aangifte en de dreiging van een rechtszaak die het publieke debat op gang heeft gebracht. Op eigen kracht, zo blijkt telkens weer, zijn politiek en media niet in staat om tegenwicht te bieden ten opzichte van discriminerende uitspraken. De reden is simpel: zij zien het niet als hun verantwoordelijkheid. Het probleem is dat men ervan uitgaat dat als de rechter iets niet heeft verboden, dat het dan gezegd mag worden, of sterker nog, dat het dan gezegd moet worden. Het debat op scherp zetten, heette dat lange tijd. Na Fortuyn is een zeer therapeutisch idee van vrijheid van meningsuiting omarmd. Elke uitspraak die niet oproept tot geweld, moest geuit worden omdat daarmee de multiculturele problematiek tenminste openlijk werd erkend. Pas sinds een jaar of twee begint het besef door te dringen dat discriminerende uitspraken de situatie er niet leefbaarder op maken.

Massaal wegkijken

Het is op zich waar dat de rechter niet het geëigende instrument is om de grenzen van het debat te bewaken. Willen we echter af van de rechter, dan zullen journalisten en politici veel meer dan nu het geval is, zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor het bestrijden van discriminerende uitspraken. Dat betekent niet zozeer het censureren van racistische meningen, eerder het bekritiseren daarvan. De realiteit is nu, dat als een Joost Niemöller publiekelijk stelt dat ‘zwarten een lager IQ hebben en vaker verkrachten’, als GeenStijl Marokkanen uitmaakt voor Rifapen, als Theodor Holman in Het Parool schrijft dat het goed is dat moslims ‘rustig fukkie-fukkie doen met broers en zusters, neven en nichten’ omdat het leidt tot ‘verzwakte kinderen die zelf nog zwakker nageslacht voorbrengen’, dat politici en journalisten massaal wegkijken en het gebeuren proberen te negeren.

Het probleem van de analyse van Kustaw Bessems is dat hij deze verantwoordelijkheid lijkt uit te besteden aan ‘een nieuwe, assertieve generatie Nederlanders van allerlei afkomst’, die ‘op het punt van doorbreken’ zou staan in het publiek debat. De oplossing is dan ook dat minderheden meer aan retorische zelfverdediging gaan doen. De juridische bescherming van minderheden kan dan worden ingeperkt. Dat klinkt enigszins als een sigaar uit eigen doos. Daarmee lijkt Bessems ook te ontkennen dat journalisten eveneens een verantwoordelijkheid hebben om de ‘zelfreinigende ontwikkeling’ in gang te zetten, waar hij zo zijn hoop op heeft gevestigd.

Passieve houding

Er spreekt echter een vreemde passieve houding uit Bessems’ opiniestuk. Het is geen gegeven dat het debat op pauze wordt gezet door de rechtszaak, zoals hij vreest. Of dat het debat zich zal beperken tot de juridische details: ‘Het zal in de tussentijd niet gaan over de vraag of het waar is, wat Wilders zegt, of het goed of fout is. Het zal slechts gaan over de vraag of hij een juridische grens heeft overschreden.’ Dat is een rare visie. Waarom zou Kustaw Bessems (of de journalistiek in bredere zin) niet in staat zijn om een debat te initiëren over de waarheid van de uitspraken van Wilders, of het normatieve karakter daarvan? Waarom kunnen we de rechtszaak niet als aanleiding daartoe gebruiken? Waarom verklaart de journalistiek zich bij voorbaat al onmachtig?

Deze cultuur van passiviteit zal doorbroken moeten worden. Bij politiek en media zal een bewustzijn moeten ontstaan dat zijzelf verantwoordelijk zijn om een ethisch oordeel te vellen. Om problematische uitspraken via debat te bestrijden. Daarin is nog een lange weg te gaan. Tot die tijd is de juridische bescherming van minderheden – de ‘vervelende wetten’ waar Bessems het over heeft – een noodzakelijk lapmiddel.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s