Alleen maar nette linkse mensen

Over Femke Halsema en het menselijk tekort

Ik geef toe, ik heb mij vergist. In een polemische reactie op een column van Femke Halsema, beschreef ik haar als een ‘moreel agnost’. Iemand die niet gelooft in het uitdragen van morele waarden. Dat zei ik omdat Femke Halsema het verlangen naar exhibitionistische zelfverrijking – met veel bombarie op het scherm gebracht in de film The Wolf of Wall Street – “doodnormaal” vindt in onze cultuur. Ik blijf erbij dat dit abnormaal is in Nederland, waar overvloed altijd is samengegaan met onbehagen. Maar bij nader inzien is het toch een verkeerde diagnose geweest.

In werkelijkheid moraliseert Femke Halsema er namelijk flink op los. Het is echter een bijzonder soort moralisme gekleurd door een conservatief-liberaal wereldbeeld, waar de zondigheid van de mens centraal staat en structuren er niet toe lijken te doen. Het problematische gevolg daarvan is dat Femke Halsema de gehele bevolking de schuld van de crisis in de schoenen schuift. Op vergelijkbare wijze als Diederik Samsom dat doet, wanneer hij stelt dat de crisis het gevolg is van een “sufgefeeste generatie”. Om zo de schuld van de crisis op de gehele samenleving te projecteren, dient er in mijn ogen enkel toe, om de bevolking aan te praten dat zij voor de kosten van de crisis moet opdraaien. Dat lijkt mij niet wat een linkse politiek beoogt.

Laten we voor het moment even meegaan met de stelling van Femke Halsema dat de wolf in ons allen huist. In de zin dat in ons allen een verlangen schuilt naar het vergaren van aanzien, rijkdom of macht. Wat dan onmiddellijk duidelijk wordt is dat er grote verschillen zijn in de mogelijkheid die mensen hebben om hun innerlijk wolf op zijn beloop te laten. Een kassajuffrouw bij de Hema, om maar wat noemen, zal weinig met haar innerlijke wolf kunnen. Het blijft dan bij fantasieën. Er zijn bepaalde omgevingen – de financiële sector, de politiek, de top van het bedrijfsleven – waarin de wolf zijn gang kan gaan, waar zijn bestaan zelfs functioneel is. Dat een financieel lobbyist meer schuld draagt aan de crisis dan de kassajuffrouw, heeft niet zozeer met zijn verdorven persoonlijkheid te maken, maar alles met de structuren waarin hij zich bevindt.

Halsema ontkent de relevantie van dergelijke structuren: zij stelt zelfs expliciet dat het gevaarlijk is om een subcultuur aan te wijzen, dat zou onszelf namelijk vrijpleiten van schuld. Dit is een vreemde drogredenering. Politieke en economische macht is zeer ongelijk verdeeld in de wereld. Er is een selecte groep mensen die besloten heeft om de financiële sector te dereguleren. Er is een beperkte groep mensen die daar enorm van heeft geprofiteerd. Er is een ideologie, een wereldbeeld dat aanzette tot deregulering, dat een absoluut geloof in de vrije markt predikte. Om de beschuldigende vinger te wijzen naar de politieke en economische macht, pleit onszelf geenszins vrij. Wij leven tenslotte niet buiten het systeem. Het betekent enkel dat we de dingen in perspectief moeten zien.

Dit alles roept de vraag op in hoeverre het zinvol is om te denken in termen van persoonlijke schuld, het menselijk tekort en de inherente zondigheid van de mens. De mens heeft namelijk evenzeer goede als slechte eigenschappen, egoïsme en altruïsme wisselen elkaar af. Is het niet beter na te denken op welke manier we de maatschappij kunnen inrichten zodat de betere eigenschappen de overhand krijgen en ieder op gelijkwaardige wijze tot zijn recht komt?

Niets meer en niets minder dan dat is het linkse project.

In haar repliek op mijn kritiek, komt Femke Halsema echter met een serie van aanstootgevende clichés over het linkse gedachtegoed, die zo uit de conservatieve schrijfsels van Thierry Baudet en Frits Bolkestein lijken te zijn geplukt. Linkse mensen zouden zich moreel superieur voelen ten opzichte van anderen. Dat is eigenlijk de voornaamste reden voor hun links-zijn. Ze zijn daardoor irritant, onnozel en arrogant. Linkse mensen zouden denken dat het kapitalisme “over mensen is uitgestort, ongeveer zoals God de wereld schiep”. Linkse mensen zouden op naïeve wijze geloven in het goede van de mens, het kwaad zou enkel in structuren schuilen (ingewijden herkennen hier de conservatieve kritiek op Rousseau). Daarbij reduceert Halsema de linkse systeemkritiek tot complotdenken: de gedachte dat de crisis “enkel door een aantal boosaardige rechtse politici en graaiende bankiers en handelaren [zou zijn] veroorzaakt.”

Dit alles is werkelijk opzienbarend in zijn stompzinnigheid. Je vraagt je af of Femke Halsema ooit een links boek heeft gelezen.

Linkse systeemkritiek is allereerst een kritiek van systemen, niet van personen. Als we een klassieker erbij pakken, neem Marx, daar komt geen boosaardige rechtse politicus of graaiende bankier of handelaar in voor. In dit type analyses gaat het om structuren, om economische logica’s, droge sociologische analyses. Evenzeer heeft men op links (de alom gerespecteerde Braudel bvb) hele boekenkasten volgeschreven over het ontstaan van het kapitalisme. Daar zou Femke Halsema haar voordeel mee kunnen doen, zo lijkt het.

En nee, linkse opvattingen maken iemand niet perse tot een beter mens. Zo schijnt Marx een zeer onaangenaam persoon te zijn geweest. Ik ken stomvervelende linkse mensen en zeer sympathieke rechtse mensen. Het gaat erom dat linkse mensen denken dat linkse ideeën tot een betere inrichting van de maatschappij kunnen leiden, niet dat het hun persoon beter zal maken.

Samenvattend: iemand die systeemkritiek levert, gelooft niet perse in het goede van de mens of het kwade van de bankier, deze persoon gelooft dat menselijk gedrag tot op zekere hoogte gevormd wordt door structuren, en dat het begrijpen en veranderen van die structuren, de sleutel is tot het veranderen van menselijk gedrag. Vandaar dat linkse mensen geloven dat de politiek een rol heeft in regulering en toezicht, in bescherming van het milieu en de herverdeling tussen arm en rijk. En als de politiek daarin faalt, dan is het enigszins ongepast dat politici vervolgens de schuld geven aan de bevolking.

Dat zoiets uitgelegd moet worden aan een voormalig leider van een linkse partij is misschien nog wel de beste illustratie van het menselijk tekort.

Tagged with: